• De groene dragqueen

    16 oktober 2015

    Een groentje, dat was ie. Nou ja, wat betreft schildersmodel zijn dan. Gelukkig maak ik meestal gebruik van foto’s, waardoor hij niet eindeloos lang in, naar zijn eigen woorden, onmogelijke houdingen hoefde te blijven staan. Wellicht dat de ontzettend hoge, maar ook prachtige, naaldhakken, die hij enige tijd droeg, van invloed waren op die onmogelijkheid. Maar wat een fijne samenwerking. Zoals hij het zelf omschreef: “Ze (dat ben ik dus, Yette) had duidelijk wat ze wilde, maar stond ook open voor mijn creatieve inbreng.” Of om het anders te zeggen – tevens zijn verwoording – we zochten samen naar het juiste beeld: we kneedden de poses tot perfectie, met oog voor de kleinste details. En wat fijn dat hij zich goed genoeg bij mij voelde om dat naakt te doen.

    Yette

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1218 keer bekeken

  • Dat ene iets

    1 oktober 2015

     

    Daar kom ik dan. Vereeuwigd op doek. Grof linnen, om precies te zijn.

    Het voelt best kwetsbaar om model te staan. Yette kijkt naar me,  bekijkt me – van binnen en van buiten. En dan kiest ze. Iets. En dat iets zal ze naar haar hand zetten. Dat iets zó maken dat het dat verbeeldt wat zij wil laten zien. Zo zal ik zichtbaar worden. Dat ene iets van mij.

    - Peggy

     

    eerste fase: lijn tekening

      

    tweede fase: oilbars en transparante olieverf

     

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1033 keer bekeken

  • In mijn huid gegraveerd

    23 september 2015

    “Een freakshow, zo voelt het soms als ik op straat aangestaard word; als een totaal onbekende mij plots vraagt of ik een man of een vrouw ben, een vagina of een penis heb; of als ik net zo willekeurig, klakkeloos in één van die hokjes word ingedeeld. ‘Er niet bij horen’ lijkt een kenmerkend element te zijn van de freakshow – blikken, opmerkingen, vragen: verschoven grenzen van privacy en respect. Ook wel aapjes kijken genoemd.

    Voor The Big Draw Nijmegen vulde Yette een rol paper met een verzameling tekeningen genaamd ‘I Fink U Freeky’ naar een gelijknamig nummer van de band ‘Die Antwoord.’ Net als deze band speelde ook Yette hier met het idee van ‘freak’-zijn. Of spelen, liever gezegd, ze houdt ervan. En dan ‘houden van’ als een werkwoord in de volste zin van het woord. Als activiteit. Als ervoor en ermee werkende. Ze tekende namelijk mij en een aantal vrienden, en hield ons zo even vast. Als in een omhelzing, veilig en warm: ‘Ik zie jullie, ik voel jullie, ik hou van jullie.’ Met alle freakishness die we in ons hebben – juist daarmee. Een ‘houden van’ op papier.  

     

    Die liefde, ook voor stukjes van mij waarmee ik zelf weleens moeite heb, die warmte in dat gebaar – wat raakt en raakte mij dat. Ik besloot om het vast proberen te houden: ik liet een ‘y’ op mijn arm tatoeëren, die Yette al klierend daar had gezet toen ze ‘I fink u freeky and I like u a lot’ op het papier aan het stempelen was tussen en met de tekeningen, tussen en als onderdeel van ons. De ‘y’ van ‘freeky.’ In mijn huid gegraveerd. Als herinnering. Als voorbeeld. Als ‘houden van.’

    En Yette, this freaky queer loves you too.”

    (Mir) 

      

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 1054 keer bekeken

  • Zoeken naar de Gulden Snede

    17 september 2015

    Terwijl ik het atelier binnen kom lopen, is Yette bezig het afgelopen jaar tevoorschijn te toveren: ‘expositiewaardige’ werken enerzijds en studies, schetsen en schilderijen die haar kritische toets niet hebben doorstaan anderzijds. De Open-Atelierroute, die komend en volgend weekend op het programma staat, lijkt voor haar een natuurlijke afronding van het kunstzinnig jaar – en het begin van een nieuw.

    Zover zijn we echter nog niet. Met haar handen in haar zij staat ze peinzend boven haar werk, dat inmiddels verspreid ligt over de vloer van het atelier. ‘Het is een allegaartje hè,’ verzucht ze. Inwendig moet ik erom lachen; ze kijkt ernaar alsof ze de doeken het liefst alsnog vermanend toe wil spreken meer samenhang te vertonen. Ze mompelt iets over ‘maar vier echte werken’ te hebben gemaakt en vraagt zich af wat ze bij de Open-Atelierroute zal tonen.

    ‘Het is een open atelier wat je moet tonen,’ zeg ik terwijl ik het “allegaartje” fotografeer, ‘bezoekers willen juist graag een kijkje in de keuken. Het is interessant als je het proces toont; mensen die een open-atelierroute doen, verwachten geen expositie.’

    De voors en tegens van die stelling worden besproken, mijn ogen zijn nog steeds op het werk en mijn camera gericht. Achter me hoor ik Yette praten in het soort halve zinnen dat kenmerkend is voor zo’n met twijfel omgeven stream of consciousness: ‘Ja, ja, misschien heb je… Ja. Nou ja, ik kan natuurlijk wel deze en dan die, zo… Maar niet deze, dat weet ik ook niet, wat ik toen ineens had, maar dat was 'm niet. Ja, óf… Misschien is dat wel wat. Ja. Ik ben ook gewoon dit jaar zo aan het zoeken geweest.’

    Ondertussen valt mijn oog op drie stukken, die ogenschijnlijk vooral heel verschillend van elkaar zijn – de eerste een lichte studie naar stof, de tweede een donker portret en de derde een getekend stilleven – maar toch als trio de aandacht trekken:

                                

                               

    Onwillekeurig pak ik mijn pinpas uit mijn broekzak, die ik van een afstandje met één oog dichtgeknepen op de verschillende vlakken in ieder stuk pas; nu eens rechtop, dan weer op z’n kant. Ik moet denken aan hoe ik jaren geleden ergens heb gelezen dat een pinpas de vorm heeft die hij heeft omdat mensen dat een prettige, harmonieuze vorm vinden, en dat het iets te maken heeft met de Fibonaccireeks. Ik ben iets op het spoor in deze schilderijen, maar wat precies is me niet helder. Ik besluit de luidende klok maar uit te spreken: ‘Er is zo’n bepaalde verhouding…,’ begin ik tegen haar, ‘…en die zit ook in een pinpas, wist je dat?’

    ‘Is dat zo? Jij bedoelt de gulden snede,’ antwoordt ze. ‘Ja, die zit in alle drie die werken, dat klopt. Compositieleer, de klassieke school, daar ben ik veel mee bezig geweest.’ 

    Uit de boekenkast wordt Aristides’ De klassieke school – Schildertechnieken tevoorschijn gehaald. ‘Kijk,’ zegt Yette, en ze toont me een pagina waarop de opbouw van een compositieraster wordt weergegeven:

                                                   

    Wie precies wil weten hoe het werkt, zal het boek erop na moeten slaan, maar de essentie is dat op een ‘gulden rechthoek’ (wat een pinpas dus ook is) in de schuine lijn van rechtsboven naar linksonder drie optisch interessante punten zitten (op 1/2e,...

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 1175 keer bekeken

  • The Big Draw

    8 september 2015

    “The Big Draw Nijmegen, het tekenfestival. I Fink U Freeky (Die Antwoord) schalt uit de luidsprekers van de laptop op m’n schoot. Yette heeft net een rol papier met tekeningen – alleen lijnen, nog geen kleur –  uitgespreid op twee tafels een metertje bij me vandaan. Ze gaat los op de muziek, als in letterlijk, haar hele lichaam gaat los. ‘Jump motherfucker, jump motherfucker jump.’ In een zoom in op haar mond zie ik de vunzige, freaky sensualiteit van de clip. ‘I fink u freeky and I like you a lot.’ Even opwarmen, fuck statigheid. Nu kleuren.”  (Mir)

    I Fink U Freeky - Die Antwoord: https://youtu.be/8Uee_mcxvrw

    The Big Draw: http://www.thebigdrawnijmegen.nl/ 

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 734 keer bekeken

  • Brief 6 aan Vincent van Gogh

    9 december 2014

    Beste Vincent,

    het proces, daar schreef ik in mijn vorige brief over. Dat ik het oefenen, uitzoeken en ontdekken belangrijk vind. Het is zelfs zo dat als ik mezelf voldoende experimenteer ruimte geeft dat er dan de mooiste en interessantste dingen ontstaan. En hele lelijke dingen!

    Ik heb mezelf nu een soort opdracht gegeven. Ik vind namelijk dat ik nogal vast zit in het realisme. Althans, ik vind het zo fijn om te doen. Ik ben dol op realistisch schilderen! Ik vind het zalig om helemaal te verdwijnen in de gelijkenis van een oog, een oogopslag, een mond waarvan de lippen net iets  van elkaar af staan. Ik kan volledig opgaan in dat beeld en de verf net zolang bewerken totdat er een gelijkenis ontstaat waar ik dan zeer tevreden mee ben. Het is iets dat ik goed kan maar dat wil niet zeggen dat het mij voldoende uitdaging geeft. Daardoor heb ik het idee vast te zitten in het realisme. Ik vond daarvoor een oplossing.

    Een dame vroeg mij voor een consult. Zij schildert al geruime tijd en had het idee niet verder te komen. Zij wilde niet op les maar graag advies van een professioneel kunstenaar die haar weer op weg zou kunnen helpen. Wij spraken een ochtend met elkaar over haar werk en ik heb haar verschillende adviezen gegeven over hoe zij haar werk kan verbeteren. Deze mevrouw werkt abstract en ik ontdekte dat het voor mij niet uitmaakt of iets abstract of realistisch is als ik kijk naar hoe een schilderij is opgebouwd en welke keuzes de kunstenaar maakte om tot het eindresultaat te komen. En of ik het daar mee eens ben..

    Ik ontdekte dat ik, als ik naar een schilderij kijk, op de volgende dingen let: Compositie, licht/donker werking, diepte werking, gebruik van warme en koude kleuren. Dat is voor mij de basis. Daarna kijk ik naar beweging, ritme en verhouding van lijn en vlak. Deze ontdekking zorgde ervoor dat er blikverruiming ontstond bij mij. Ik zag opeens de waarde van abstractie en abstrahering in.

    Ik heb het regelmatig met mijn cursisten over de kracht van de suggestie. Dat je niet altijd alles precies hoeft te tekenen of te schilderen om de toeschouwer te laten geloven dat er iemand of iets is afgebeeld. Vaak doet te veel precisie, te veel lijnen, te veel uitwerking, de kracht van een schilderij vaak te niet.

    Ik stel mij nu de vraag, en de uitdaging; in hoeverre kan ik een realistisch beeld abstraheren? En als ik dit doe; hoe behoud ik de zeggingskracht die ik vaak toe ken aan een realistisch beeld? Een interessant onderzoek dat tot nu toe tot verschillende (kleine) doeken heeft geleid. Daarnaast houd ik nu een soort ‘tekendagboek' bij. Hierin maak ik elke dag een kleine realistische tekening van een oog, een neus, een plant etc. Omdat het zo’n fijne bezigheid is: het tekenen naar waarneming.

    Groeten, Yette

     

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 769 keer bekeken

  • Brief 5 aan Vincent van Gogh

    2 december 2014

    Beste Vincent,

    ik heb twee jaar lang aan een serie gewerkt, Vrouwen en Fruit. Dat was een geweldige uitdaging, een ontdekkingsreis door materiaal en beeld en dit heeft mij veel gebracht. Ik heb mijn werk naar een hoger plan weten te tillen in deze serie en ik ben er dan ook heel tevreden mee. Na deze serie ontstond er een soort vacuüm. Welke kant wil ik in hemelsnaam op?? En om het maar even in academie termen te zeggen: welk verhaal wil ik eigenlijk vertellen? Een grote lege vlakte aan mogelijkheden lag voor me.

    In mijn vorige brief schreef ik over exposeren. Het overzicht van mijn werk op zo’n expositie kan heel motiverend werken. Het hangt er wel van af wat ik exposeer. In mijn laatste expositie zag ik een tendens in mijn werk die mij niet geheel aanstond. Ik vond het te ‘slap’. Ik zag een overeenkomst in kleur en een onderzoek naar het onderwerp erotiek maar m.i. toch te onuitgesproken! (ik maakte deze vergelijking met de serie Vrouwen en Fruit)

    Wederom in een gesprek, dit keer met mijn lief, zag ik in dat het afgelopen jaar een onderzoeksfase was. En als ik daar in zit moet ik mezelf dwingen om niet gelijk op zoek te gaan naar een eindresultaat. Want dat wil ik maar al te graag. Iets wat ik kan laten zien, iets wat betekenis heeft, iets dat verwonderd of verbaast. Want dat wil ik als kunstenaar; een open blik creëeren bij de toeschouwer! Maar dat zal ik in een andere brief uitgebreider beschrijven, anders dwaal ik teveel af.

    Het proces en het onderzoek is zo belangrijk. Ik roep herhaaldelijk tegen mijn cursisten dat onderzoek naar materiaal, vorm, compositie, voorkeuren, onderwerpen etc. tijd kost! Dat ze hun lat niet zo hoog moeten leggen. En waarom doe ik dat zelf dan wel? Soms snap ik mezelf en mijn gedachtegangen niet zo goed…. Dat herken jij vast wel. Hoort dat bij het kunstenaarsbestaan?

    Groeten, Yette

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 784 keer bekeken

  • Brief 4 aan Vincent van Gogh

    28 november 2014

    Beste Vincent,

    om even terug te komen op een vraag die ik eerder stelde; krijg je meer inzicht in je eigen proces als je er over schrijft?

    De eerste gedachte die bij mij opkomt is dat beeld en taal voor mij nogal ver uit elkaar liggen. Zoals ik al schreef werk ik vaak met een hoofd zonder woorden. Ik vraag me dan ook af of ‘er woorden aan geven’ een meerwaarde heeft. Ik zou het proefondervindelijk kunnen ervaren door het te doen en te zien of het mij wat brengt.

    Ik moet toegeven dat ik een kleine aversie heb ontwikkeld. Ik moest op de academie steeds maar weer vertellen wat mijn verhaal was, wat ik wilde vertellen. Vaak wist ik dat niet zo goed. Ik was zoekende en had het idee dat de woorden die ik gaf aan mijn werk belangrijker waren dan het werk zelf en het proces dat ik doormaakte. “Als je weet wat je wilt vertellen kan je gaan zoeken naar de juiste materialen en aanpak om dit verhaal te vertellen” kreeg ik vaak te horen. Ik kon daar niet zo goed mee uit de voeten. Ik weet nu wel waarom. Helaas had ik daar destijds de woorden niet voor.

    Ik merk nu, in de jaren dat ik als kunstenaar werk, dat de ‘reden’, ‘het verhaal’, zich vaak vormen tijdens het proces. Dat ik een weg afleg waarin ik vaak niet precies weet waar deze heen gaat en dat ik soms ook niet goed kan duiden waarom ik mij juist op dat moment daar op die weg bevindt. Ik werk gestaag door en laat mij leiden door beelden die in mij opkomen en die ogenschijnlijk in eerste instantie niets met elkaar te maken hebben. En dan… dan komt er een expositie. Een plek waar mijn werk bij elkaar komt, buiten de muren van mijn atelier. Daar op die muren gaan ze een eigen leven leiden en bovendien, ze gaan een relatie aan met elkaar. Zo’n expositie dwingt mij om na te denken over wat ik maak, waarom ik dat maak en hoe ik dit maak. Vooral in gesprek met anderen ontdek ik mijn beweegredenen en motivatie. Dus ik kan nu nog niet met stelligheid zeggen dat schrijven voor mij inzichtgevend werkt. Eerder een gesprek.

    Wat ik wel merk is dat schrijven werkt als een soort ‘braindrain’. Prachtig woord trouwens… Als ik begin met schrijven komen de woorden dan vanzelf. Misschien ligt daar voor mij wel de overeenkomst tussen beeldende kunst en schrijven: De overgave aan het witte vlak.

    Zou jij dat ook hebben gehad?

    Hartelijke groeten, Yette

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 780 keer bekeken

  • Brief 3 aan Vincent van Gogh

    25 november 2014

    Beste Vincent,

    Ik ga wederom niet in op de verschillen van jou en mijn tijd. Maar tegenwoordig hoef je niet meer te schrijven. In de virtuele wereld kan je iedereen elk moment van de dag treffen.  Ik kan me zo voorstellen dat jij schrijven vooral gebruikte om je broer op de hoogte te houden van je leven. Daarmee gaf jij een heel duidelijk beeld van het process waar je inzat, welke keuzes je maakte, wat je bezig hield, waar je tegen aan liep etc.

    Ik vraag me af of je ook zo bekend was geworden als die brieven er niet waren geweest. Zouden wij dan begrepen hebben wat je bedoelde?

    De combinatie van word en beeld hebben er voor gezorgd dat vele mensen je werk kennen. Door je brieven sta je helaas ook te boek als ‘de man met het afgesneden oor’.

    Zou ik hier voorzichtig een overeenkomst trekken tussen beeldende kunst en schrijven?

    Als beeldend kunstenaar kan je de toeschouwer uitleggen hoe hij/zij het werk kan intepreteren. Wat je intensie was toen je het maakte, wat je er mee wilt zeggen, hoe het werk beschouwd kan worden. Vele kunstenaars hebben dit gedaan. Mondriaan is hier een goed voorbeeld van. Ik kan zeggen dat ik het vaak op prijs stel als ik enige kennis heb over een kunstwerk en dat er daardoor bij mij vaak meer waardering ontstaat, zowel voor de maker als voor het kunstwerk zelf.

    Mensen maken hun eigen verhaal als ze kunst kijken.

    Wat mij opvalt als ik mijn eigen werk exposeer dat ik duidelijk mijn verhaal kan...

    Lees meer >> | 1 Reactie | Reageer | 815 keer bekeken

  • Brief 2 aan Vincent van Gogh

    21 november 2014

    Beste Vincent,

    Om nog even terug te komen op schrijven. Ik vraag me af hoe belangrijk dit is voor een kunstenaar. Als ik schilder gebruik ik maar weinig woorden. Daarmee bedoel ik te zeggen dat als ik schilder het heel erg stil is in mijn hoofd.

    Zodra ik stop wordt het weer druk. Allerlei vragen dringen naar voren over het schilderij dat ik aan het maken ben. Even afstand nemen werkt altijd erg goed bij mij. Soms verdwijn ik zo in mijn schilderij dat ik soms niet zie dat ik al klaar ben. Ik ben nogal geneigd om harmonie na te striven in een schilderij. Dat is niet altijd beter voor het schilderij en/of het verhaal dat ik er mee wil vertellen.

    De emotionele en symbolische laag verdwijnt dan onder een ‘poetslaagje’ van harmonie.

    Zonde, al zeg ik het zelf.

    Maar ik dwaal af. Waar ik het eigenlijk over wil hebben is een vraag die regelmatig in mij op komt als ik denk aan ‘schrijvende kunstenaars’.

    Hebben schrijvende kunstenaars woorden nodig om aan zichzelf uit te leggen waar ze mee bezig zijn of is dit vooral om de toeschouwer uit te leggen hoe ze het werk kunnen begrijpen? Of kan het zo zijn dat je eigen process duidelijker wordt als je er woorden aan geeft?

    Daar ga ik eens even over na denken. Of zou ik er juist over moeten schrijven?

    En wordt het dan een soort aanvullende kunstvorm? (om even terug te komen op mijn vorige brief)

    Hartelijke groet,

    Yette

    Lees meer >> | 0 Reacties | Reageer | 717 keer bekeken

  • Meer blogs >>